Amerikaanse assets (aandelen, obligaties, de dollar, vastgoed) hebben ongeveer 15 jaar, sinds de financiële crisis in 2008/2009, gouden tijden gekend. Na maart 2009, wat (grofweg) de bodem was, ontstond er een generationele koopkans.
Nu zitten we in een tegenovergestelde positie: Amerikaanse assets zijn duur, terwijl wereldwijde assets relatief goedkoop zijn. Dit betekent niet automatisch dat Amerikaanse assets in een rechte lijn omlaag zullen gaan, maar het is wel oppassen geblazen.
De kans dat deze assets blijven ‘outperformen’ is nu zodanig laag dat de ‘risk’ niet echt opweegt tegen de mogelijke ‘reward’. De waarderingen van grote indices zoals de S&P 500, en dan vooral de “Mag 7”, blijven torenhoog, maar welke aandelen zullen nog de prestaties van de afgelopen 15 jaar kunnen benaderen?

Wereldwijde assets (excl. Amerikaanse assets) zijn dan weer relatief goedkoop, terwijl ook kleine aandelen (“small caps”) momenteel veel goedkoper zijn (qua waardering) dan de grote aandelen, en waarde-aandelen (“value stocks”) momenteel goedkoper zijn dan groei-aandelen (“growth stocks”).

Dat hoeft niet te betekenen dat we vanaf nu een volledige ommedraai gaan zien, maar de kans is wel groot dat we de komende jaren een draai richting die small caps en value stocks gaan zijn. Houd hier rekening mee indien u nog S&P 500 aandelen in de portefeuille heeft.